Mama

Van verstoppen voor de wereld onder je rok, wachten tot je terugkwam van dat kleine rondje hardlopen om het huis. Huilen, omdat ik niet alleen durfde te zijn.
Van beschermd en gekoesterd naar steeds groter groeien en zien dat er problemen spelen. Onze zielsliefde heeft steeds meer te maken met jouw behoefte aan onvoorwaardelijke liefde ten koste van alles.

Nu moet ik jou beschermen en als tiener besluiten dat ik volwassen moet worden, want anders komt het niet goed met je. Met ons.

Zien hoe je worstelt met het leven. Mij steeds meer als een partner in crime gaat beschouwen. Geen oog meer voor mijn angst, want jouw angst is groter. Samen alles weg drinken. Beseffen dat het steeds minder belangrijk is wat er van mij wordt afgenomen, omdat je niet voorbij jezelf kan kijken.

Jouw destructie in me voelen. Het overnemen, omdat ik zo graag wil dat je gelukkig wordt. En zelf gelukkig worden van constant zorgen voor jou. Terug verlangen naar de veilige haven en de korte tijd in geborgenheid.

Samen kunnen we de wereld aan. Zolang we samen zijn is onze pijn van ons.

Samen tegen alle mensen die ons pijn doen.

Jij gaf me liefde in de eerste jaren, maar dat moet terug betaald worden. Je weet niet beter. In jouw wereld is liefde een ruilmiddel. Zo heb je dat geleerd en dus draag je dat mee. En aan mij over.

Samen kunnen we alles aan. Mijn gevoeligheid wordt onze gevoeligheid. Jouw behoefte aan aandacht en gezien worden wordt onze behoefte aan erkenning. Ik word verantwoordelijk voor jouw gemis. Zonder te vragen grijp ik al jouw diepe pijn van je schouders en draag het met me mee.

Tot ik niet meer kan. Uit liefde laat ik los. Het verandert jou. En dus mij. Zo los gelaten is het niet. Je dwaalt steeds vaker in het donker. Verliest, vereenzaamt en verzwakt. Ik mag niet meer mee. Ik moet zelf op reis en moet je loslaten. Niet in de diepere liefde, maar wel in de giftigheid die al jaren speelt.

Het doet me pijn, maar probeer te berusten in het pijnlijke gegeven dat je mij nooit had mogen belasten met jouw levenspad. Ik probeer te berusten in het pijnlijke gegeven dat ik jou ook zoveel pijn heb gedaan. We komen daar niet meer uit.

En terwijl ik groei, groeit ook de boosheid en het onvermogen. Je laat het. Vecht al lang niet meer, maar begrijpt ook steeds minder. Mijn woede is misplaatst en we voelen de afstand. De afstand is tenminste veilig. We laten elkaar niet vallen, maar praten niet meer.

Soms kijk ik naar je, ik luister en voel. Dan zie ik een vrouw die alleen maar gezien wilde worden. Gemotiveerd in haar echte talenten. Gestimuleerd door positieve energie en echte, oprechte aandacht. Maar al heel jong heb je geleerd dat het leven beter geleefd kan worden op een toneel. Het angstzweet, de echte kwetsbaarheid en je ware zelf zijn dingen voor achter de coulissen. Daar loop je niet mee te koop.

We worden ouder. Als ik je knuffel bevries je. Alle roem is je afgenomen, alle aanbidders zijn verdwenen. Het toneelstuk is voorbij en nu moet je het zelf doen.

Je vergeet steeds meer. Soms best handig, maar naarmate de tijd verstrijkt lijkt het steeds meer op een onomkeerbaar proces. Niet zien wordt een beperking, vergeten wordt gevaarlijk.

En ik herinner me dat ik me het meest veilig voelde als ik bij jou was. Een jaar later naar de peuterspeelzaal, omdat we nog even extra tijd samen wilden hebben. De boze geesten nog even afweren. Jouw mooie vingers die mijn haartjes wasten. Uren jazzliedjes neuriën in de gang tot ik eindelijk in slaap viel. Mij letterlijk omsluiten met jouw moederlijke instinct.
Ik was degene die je puur en echt lief kon hebben. Ik oordeelde nooit.

Daar tegenover staat dat ik altijd wist dat jij er voor me zou zijn. Ik heb dat ook misbruikt. Ik heb genadeloos gebruik gemaakt van mijn teleurstelling. Ik voel nog steeds de pijn die ik je gedaan heb en dat spijt me.

Maar excuses zijn krachtig. Als je ze echt accepteert betekent dat ook dat je naar jezelf moet kijken. Niet omdat ik anders niet verder kan, maar omdat jij anders niet kan groeien.

Maar zelfs dat vergeet je. Ook dat is fijn, want als je het niet meer herinneren kan is het er niet.

Totdat je vergeet hoe je kinderen heten. Of dat je hebt gegeten. Je vergeet hoe je moet lopen. Waar je vrienden zijn. Je vergeet je tekst, het decor en het applaus. Het is stil op het toneel, het publiek komt niet meer.

Opeens staan we weer dichtbij. Ik wil je beschermen, je zeggen dat alles goed komt. Je onder mijn rok verschuilen, na mijn rondje hardlopen weer bij je terug komen. Je haren wassen, je in slaap neuriën.

En ik voel. Ik voel en droom. Alles komt voorbij. Jij en ik zijn weer één. Ik voel je pijn en jouw eenzaamheid trekt door in mijn botten. Ik zie je angst en paniek. Jij, vrouw. Alleen. Herinneringen lijken weer nieuwe gebeurtenissen. De nachten dat ik op moest blijven, omdat jij niet wilde slapen. De ruzies die ik wilde sussen, maar jij juist wilde doen oplaaien. De grote druk die ik als tiener voelde om je maar gelukkig te zien. Wat een druk.

En ik voel. Al jouw pijn. Maar vooral je onmacht. En jouw onmacht wordt mijn onmacht.

We blijven verbonden. Jij en ik zijn weer één.

Alles wat met elkaar verbonden is zal oogsten.

Ik moet je weg brengen en achterlaten. De paniek in je ogen kan ik maar niet vergeten. Het einde van jouw leven is in de eenzaamheid. Het ultieme verdriet, het doek valt.
Ik wil niet dat je alleen bent. Ik wil je omarmen en zeggen dat alles goed komt.
Wat zou ik willen dat ik alles voor je kon wegnemen. Net als vroeger.

Maar het komt niet meer goed.

 

FdV, mei 2023